et sediment dat na overstromingen op de moerasgebieden bleef liggen, zorgde voor een vruchtbare bodem. Het loonde daarom de moeite om de gebieden in te polderen en te gebruiken voor landbouw en veeteelt. In 1415 besloot de Hertog Jan van Beieren dat ook de Goote gedeeltelijk mocht worden afgedamd. Dit had ernstige gevolgen voor Brielle, want niet alleen verdween de verkeersader, ook het stromende water dat de haven doorspoelde kwam tot stilstand. De haven begon daardoor langzaam te verzanden. De Sint-Elisabethsvloed van 1421 veroorzaakte echter een dijkdoorbraak en Brielle kon weer profiteren van de scheepvaart.


vorige | sluit venster | volgende
pagina 2 van 25