De historie van het bouwwerk is ondanks het vele bronnenonderzoek nog grotendeels in nevelen gehuld. De aanzet tot de bouw moet tegen het einde van de twaalfde eeuw of in de eerste helft van de dertiende eeuw plaats hebben gevonden Onderzoek door historici, archeologen en bouwkundigen heeft daar vooralsnog geen enkel uitsluitsel over kunnen geven. De grafelijke rekeningen geven een prachtig inzicht in de jaarlijkse onkosten van de vele verbouwingen, herstelwerkzaamheden en feesten, maar deze archiefstukken zijn pas vanaf 1327 bewaard gebleven en berusten in het Nationaal Archief in Den Haag. De heren Arkenbout en Van der Graaf hebben de rekeningen minutieus bestudeerd en hun bevindingen gepubliceerd in ‘De Burcht te Oostvoorne'.
De Heren en Vrouwen
van Voorne vormden twee eeuwen lang een
aanzienlijk geslacht en regeerden als koningen over het gebied dat het
huidige
Voorne, Goeree en Overflakkee beslaat. De heerlijkheid Voorne was op dat
moment
in feite een zelfstandig gebied met dezelfde juridische status als
bijvoorbeeld
de gewesten Holland en Zeeland. Het geslacht Voorne stierf echter in
1372 uit
met de dood van de kinderloze Machteld, en daarmee verviel de
heerlijkheid aan
de graaf van Holland en Zeeland. Hij beleende het aan goede vrienden,
zoals de
familie waar ook Jacoba van Beieren en Frank van Borselen toe behoorden.
Maar
zij toonden vrij weinig interesse in Oostvoorne, waarna het verval van
de
burcht en haar bijgebouwen aanving. Geld werd liever geïnvesteerd in
oorlogen
of aan het onderhoud van belangrijkere verdedigingswerken dan een
kleine, oude
burcht in een uithoek van het land. Schade aan het gebouw werd nog
jarenlang
provisorisch hersteld, maar in de loop der tijd werd het complex
gesloopt en de
materialen hergebruikt voor de bouw van talloze huizen en kerken in de
omgeving.
De Brielse chroniqueur Jan Kluit noteerde in zijn dagboek omstreeks 1795 een bezoek aan de toen al in verregaande staat van verval verkerende burcht: ,,de Burg nadert men als men door de Hofweij heenen gaat, over een vest of gragt die vijf roeden of 60 voeten breed, alwaar men langs een trap van vierendertig treeden op een hogen van aarden opgeworpen heuvel komt, die meer als vierentwintig voeten boven de grond legt, op welkers top den Burg gevonden wordt en deezen heuvel schijnt onder de grond of onder het gras dat er op groeit geheel bemetselt off bebouwt te zijn geweest. Althans als men er zoo in graaft vind men niet anders dan gemetzelde muuren en fondamenten.''
De restanten van de burcht zijn in de jaren zestig grondig gerestaureerd en het bouwkundige erfgoed wordt zodoende voor verder verval behoed. De burcht is vrij toegankelijk, de sleutel van het toegangshek is af te halen bij het VVV. Tijdens evenementendagen worden rondleidingen verzorgd.
