STREEKARCHIEF
 >
De Landverbetering
LAATSTE NIEUWS
 20.000 scans uit de DTB-boeken staan nu online. Zie 'Zoeken in Collecties' - 'Bladeren door scans'.
 In verband met het digitaliseren van de Bevolkingsregisters zijn deze tijdelijk niet te raadplegen.
 Het Streekarchief heeft in november en december 2011 de volgende aanwinsten verkregen:
Tweede druk is nu verkrijgbaar!
18._landverbeteringNog altijd is de Landverbetering in Rozenburg een begrip. Jarenlang vonden honderden vaste en seizoensarbeiders werk op het uitgestrekte terrein, dat door hard werken was veranderd van buitendijks gebied in vruchtbare polders. In feite is het hele eiland Rozenburg ontstaan door aanslibbing van klei- en zandplaten die op den duur werden ontgonnen. De voortdurende groei van het eiland leverde veel overlast op voor de scheepvaart, maar het proces was met de beschikbare middelen lange tijd niet te verhinderen.

Omstreeks 1820 kwamen opnieuw enkele kleiplaten op: de Paardenplaat en de Jochumsplaat. Samen besloegen ze een gebied van 353 hectaren en werden op 28 april 1847 verkocht aan de ‘Vereeniging tot Landverbetering'. Deze vereniging was in diezelfde aprilmaand in Dordrecht opgericht en had tot doel ‘eene vereeniging daar te stellen tot landverbetering, hoofdzakelijk tot exploitatie van aanwassen, gorzen of buitengronden, ten einde daardoor aan de arbeidende klasse werk te verschaffen, en tevens hun gemeenschappelijk voordeel te bevorderen'.

Behalve de aankoop had de vereniging tevens de naastgelegen Noordbank in pacht en een jaar later werden daar ook de Zeehondenplaat en de Jantjesplaat aan toegevoegd. In augustus 1852 volgde de aankoop van deze vruchtbare kleiplaten. Daarmee bezat de vereniging in totaal een gebied van 1070 hectaren. De voorwaarde van de koop was echter wel, dat de vereniging zo snel mogelijk de platen zou samenvoegen tot één.

Het was hard werken om de gorzen in cultuur te brengen. Bedijkingswerk en rietsnijden in de grienden was arbeidsintentief werk dat slechts moeizaam vorderde. In 1885 werd de Zeehondenplaat ingepolderd en in 1889 volgde de Jantjesplaat. Tegenslagen waren er ook, zoals op 22 december 1894, toen een van de dijken langs de Brielse Maas doorbrak, en de Grote Krabbe-, de Jantjes en de Noordbankpolder overstroomden. Het zou opnieuw jarenlange inspanning vergen om de vroegere opbrengst van de landerijen te evenaren.

Nabij de woning van de beheerder werden in 1848 een vijftiental huizen voor de arbeiders gebouwd. In 1957 kwamen er daar nog eens 22 bij, zodat het welhaast een klein dorp was. Er stond ook een kolossale loods, waarin stallen waren ondergebracht, de landbouwwerktuigen en aardappelen werden opgeslagen en ruimtes waren voor monteurs en het behandelen van zieke koeien. Ook de aanwezigheid van een melkfabriek, een botermakerij en een smederij bood de bewoners van de Landverbetering volop werkzaamheden.

De groei van de Rotterdamse haven zou het einde van de Landverbetering betekenen. Vanaf 1958 kwam er een reeks onteigeningen, waarna in 1961 de resterende 615 hectaren grond aan de gemeente Rotterdam werd verkocht. Voor een bedrag van 7.500.000 gulden wisselde het gebied van eigenaar, waarna het werd vergaven tot haven- en industriecomplex. De gebouwen werden gesloopt en het materiaal hergebruikt bij nieuwbouw in het centrum van Rozenburg.

<< terug